Herfsttocht

Enkele mooie wandelinitiatieven …




Vennenwandeling – Turnhout


Vertrek: Klein Engelandhoeve, Klein Engeland, Turnhout
Traject: 52 – 51 – 93 – 94 – 95 – 96 – 2 – 6 – 90 – 91 – 51 – 52
Afstand: 8.5 km


Deze wandeling loopt doorheen het Turnhouts Vennengebied, en start aan de Klein Engelandhoeve. Laat je niet misleiden door de naam: je kan hier gewoon Nederlands praten, er is geen enkele relatie met het Britse rijk. Tijdens de wandeling kan je nog vrolijk debatteren over waar die naam dan wel vandaan komt, want er bestaan verschillende theorieën. Volgens de ene is de naam afgeleid van ‘engel’, in de betekenis van ‘angulus’ of hoek. Anderen beweren dat Klein Engeland komt van ‘eng land’. In vroegere tijden moest je hier namelijk je weg vinden op een redelijk smal stuk land tussen al de vennen. Maar het is ook mogelijk dat het komt omdat zo’n honderd tot tweehonderd jaar geleden rijke families hier allerlei buitenverblijven lieten bouwen en dat gebeurde meestal in Engelse stijl.


Als je wat verderop de bossen in gaat, kom je uit bij een speelbos. Het stadsbestuur van Turnhout liet hier met natuurlijke materialen een speelterrein aanleggen om de fantasie van kinderen – en speelse volwassenen – te prikkelen. Er is bijvoorbeeld een zandbak waar je kan proberen om even ver te springen als een konijn, een eekhoorn of een ree.
Vanuit het speelbos kan je verder het Turnhouts Vennengebied verkennen. De openheid en rust in het gebied trekken heel wat weidevogels aan. Hier leeft de tweede grootste populatie grutto’s in Vlaanderen en broedt de wulp op de heide en in de omliggende weilanden tussen het Zwart Water en de Hoogmoerheide. Met wat geluk kan je het zelf zien vanuit de vogelkijkhut aan het Zwart Water.
Er is ook een kans dat je onderweg loslopende runderen tegenkomt. Vrees niet, ze doen niks, alleen maar wat grazen. Dat is namelijk hun taak hier. Natuurpunt zet voor de natuurlijke begrazing op deze vochtige grond Galloway-runderen in.


De tocht voert je verder langs het Bels Lijntje, ooit de spoorweg tussen Turnhout en Tilburg, en vandaag een fiets- en wandelpad in het groen. Hier vind je de uitkijktoren aan Klotteraard. De toren heeft drie verdiepingen met platform voor een schitterend uitzicht over het vennengebied. Het hoogste uitkijkpunt ligt op 12,5 meter.

Uiteindelijk bereik je opnieuw de Klein Engelandhoeve, van waar je gegarandeerd naar huis gaat met een mand vol streeklekkers. (in niet-coronatijden)
Niet alle stukken zijn toegankelijk voor viervoeters maar een “ommetje” is zeer goed aangegeven.











Schepswandeling Balen


Vertrek: Parking Halflochtdijk z/n, 2490 Balen
Traject: 52 – 51 – 56 – 78 – 63 – 62 – 58 – 57 – 55 – 56 – 51 - 52
Terrein: onverhard, wandelschoenen met een hoge schacht zijn aanbevolen
Afstand: 7km


Scheps is een gehucht in Balen, en ligt vlakbij de Grote Nete. Het is een juweeltje van een beekvallei: al eeuwenlang boetseren waterlopen het landschap. Wandelen in Scheps betekent dan ook helemaal opgaan in de natuur.
Alleen het vertrekpunt is een beetje anders. Daar krijg je een stukje religieuze geschiedenis en een legende mee: de Schepswandeling vertrekt aan de Sint-Odradakapel, achter de kapel vind je de Odradaput, die heilzaam water zou bevatten. Sint-Odrada is de beschermheilige die vecht tegen slecht weer. Een schietgebedje bij de start van de wandeling kan dus nuttig zijn …
Van hieruit vertrek je voor een heerlijke tocht van net geen 7 kilometer. Hou zeker halt bij de vogelkijkwand. Als je daar even stil en geduldig wacht, biedt de natuur je een geweldig spektakel.


Verderop stap je op een knuppelpad over het moeras. Je waant je helemaal op avontuur, want je wordt nergens gestoord of afgeleid door verkeer of lawaai. Alleen wat natuurlijke geluiden en vogelgekwetter vergezellen je tijdens deze wandeling door open velden en weiden, langs kronkelende waterlopen en poelen met veel diertjes.
In de vallei is heel gevarieerde natuur ontstaan, met moerassen en broekbossen. Om het moerassige natuurreservaat verder te ontwikkelen, zijn er poelen gegraven waar kikkers, padden en salamanders een goede leefomgeving vinden.
Ook weilanden worden gehouden. Die zijn belangrijk voor weidevogels zoals de wulp, met zijn naar beneden gebogen snavel, en de gekuifde kievit: zij hebben het hoge gras nodig om hun nest in te verbergen. Ondertussen jagen ze boven en tussen het gras op insecten. Andere bijzondere broedvogels die hun weg naar Scheps hebben gevonden, zijn de roodborsttapuit, blauwborst, steenuil en natuurlijk de ijsvogel, die in zijn knalblauwe verenpak duikvluchten maakt in het water om visjes te vangen.
Ps: vergeet zeker je hangmat niet in je rugzak te steken, die komt onderweg van pas !!!



t Goorken – Arendonk


Vertrek: Parking ’t Paradijs, Moerenstraat 81, 2370 Arendonk
Traject: 58 – 61 – 57 – 54 – 53 – 52 – 58 – 31 – 34 – 55 – 56 (naar 58 voor de korte route, naar 33 voor de lange route) – 33 – 14 – 12 – 28 – 32 – 84 – 60 – 58
Afstand: 7 of 15 km (75% onverhard)


Deze wandeling neemt je mee langs natuurgebied ’t Goorken, het kanaal Dessel-Schoten en langs de Belgisch-Nederlandse grens.
Natuurgebied ’t Goorken kreeg zijn huidig uitzicht na het rechttrekken van de rivier de Wamp. Het waterpeil zakte en het moerassige Goorken werd droger. Ook de aanleg van het kanaal Dessel-Schoten heeft dit gebied ingrijpend veranderd. Het Goorken en de Lokkerse Dammen werden gescheiden van de Rode Del waardoor de waterhuishouding in het gebied drastisch veranderde. Kort daarop zijn grote delen van de omringende heidevelden ontgonnen. Er verschenen weiden en akkers en er werden bossen aangeplant. Nadat het gebied vele jaren voor landbouw en vooral veeteelt is gebruikt, zijn recenter weer bomen gekapt. Zo ontstonden open waterpartijen. De oevers werden geplagd en vandaag groeien daar massa’s zonnedauw. Ook struikheide en dopheide steken de kop op.


Dieren zoals de groene kikker, de bandheidelibel, de alpenwatersalamander, de grote modderkruiper, de blauwborst en de zeldzame waterspitsmuis voelen zich hier in hun nopjes. Met wat geluk zie je ook het heideblauwtje rondfladderen. Deze zeldzame vlinder komt in Vlaanderen alleen maar voor in de Kempen. De vlindersoort
heeft vochtige tot droge heide nodig om haar eitjes op af te zetten.
Gallowayrunderen en paarden zorgen voor een natuurlijke begrazing van het gebied.


Tot de tweede wereldoorlog was er op dit gebied behoorlijk wat economische bedrijvigheid. ’s
Zomers graasden koeien op de weilanden, ’s winters graasden ze op de hooilanden. Op de nattere delen werd
gevist en staken de mensen turf. Riet, wilgentwijgen en pijpenstrootje werden hier gewonnen om manden en bijenkorven te vlechten. De elzen- en wilgenbroekbossen leverden dan weer ‘geriefhout’ op, zoals dat heet. Dat is
hout dat de boeren in de nabije omtrek gebruikten op het eigen erf, om bezems te maken bijvoorbeeld, of voor in de ‘stoof’. Al deze uiteenlopende activiteiten zorgden in het Goorken voor een grote verscheidenheid aan biotopen.


Het is een ideale plek om als wandelaar van de rust te genieten en vogels te spotten. Dat kan vanuit de vogelkijkhut, of vanuit de uitkijktoren. De uitkijktoren van zo’n 12 meter hoog is vrijwel helemaal omringd door bomen.
Zoals reeds eerder vermeld, werden alle drie deze tochten afgewandeld door niemand minder dan onze bezige
Voorzitter Christel in gezelschap van hare gemaal.